U bent hier

Printervriendelijke versie

De aanvullende vakantie

Op 1 april 2012 trad een nieuwe maatregel in werking die het voor een werknemer mogelijk maakt om bij het aanvatten van een activiteit, of bij het hervatten ervan na langdurige inactiviteit, aanvullende vakantie te nemen.
Tot nog toe hadden werknemers in België enkel recht op vakantie indien zij het voorgaande kalenderjaar effectief prestaties hadden geleverd. Werknemers die een activiteit aanvatten (of hervatten) hadden bijgevolg gedurende hun eerste werkjaar (of jaar van werkhervatting) geen recht op vakantiedagen, noch op vakantiegeld.

Info wetgeving
Bepalingen in verband met aanvullende vakantie werden opgenomen ingevolge artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers en  ingevolge de artikelen 3bis en 37quinquies tot 37duodecies van het KB van 30.03.1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.

De werknemer krijgt vanaf nu de mogelijkheid om dagen aanvullende vakantie te nemen bij het aan- of hervatten van een activiteit.

Deze maatregel kwam er nadat de Europese Commissie ons land eerder in gebreke stelde. Voortaan handelt België conform een Europese richtlijn die elke werknemer het recht geeft op minstens vier weken vakantie per jaar, gedekt door vakantiegeld.

Deze vier weken vakantie moeten natuurlijk berekend worden in verhouding tot de prestaties van de werknemer. Indien hij tijdens het lopende jaar maar zes maanden gewerkt heeft zal hij slechts recht hebben op twee weken vakantie.