Welke zijn de verjaringstermijnen?
Verhaal van de arbeider
Na 3 jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop kwestieus
vakantiegeld betrekking heeft, heeft de arbeider geen verhaalmogelijkheid
meer tegen de RJV of een bijzonder vakantiefonds ., TENZIJ er een stuiting
van de verjaring is.
Hoe moet de stuiting gebeuren?
- Een aangetekend schrijven, waarmee de uitbetaling
van een vakantiegeld of van een aanvullend vakantiegeld aangevraagd
wordt, of een voor de hoven en rechtbanken ingediende betwisting tegen
de RJV of een bijzonder vakantiefonds stuit de verjaring.
- Een handeling die de verjaring stuit heeft als gevolg
dat een nieuwe termijn van drie jaar begint te lopen. Deze nieuwe
termijn kan, zo vaak als nodig is, worden gestuit.
Een handeling die de verjaring stuit heeft als gevolg
dat een nieuwe termijn begint te lopen. Deze termijn kan,
zo vaak als nodig is, worden gestuit.
Verhaal van de RJV
Na 3 jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop kwestieus
vakantiegeld betrekking heeft, hebben de RJV of de bijzondere vakantiefondsen
geen verhaalmogelijkheid meer tegen de arbeider ., TENZIJ er volgens
dezelfde modaliteiten als hiervoor, mutatis mutandis, een stuiting van
de verjaring plaatsvindt.
Deze termijn bedraagt twee jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft in geval van een vergissing toe te schrijven aan het vakantiefonds.
Indien de terugvordering voortvloeit uit het feit dat het vakantiefonds over onvoldoende of onjuiste informatie beschikte, uitgaande van de werkgever, een andere instelling van de sociale zekerheid of van het rijksregister bijvoorbeeld, blijft de gewone termijn van verjaring van drie jaar toepasselijk te rekenen vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop het vakantiegeld betrekking heeft.
Het beroep tegen de beslissingen tot terugvordering moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen 3 maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing of de kennisneming ervan in geval van gebrek aan kennisgeving.
Verjaring in geval van fraude
De termijn wordt gebracht op vijf jaar vanaf het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft, indien de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen. In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers, heeft de eventuele teruggave van de vakantiegelden betrekking op een periode van maximum drie jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.