logo_rjv    
  Praktische informatie
/
Algemene informatie / Meest gestelde vragen
/
Zoeken via sleutelwoord
/
Contact
 
NL FR DE
Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie
Mijn vakantierekening
  FORMALITEITEN EN VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT DE AANSLUITING VAN EEN WERKGEVER EN ZIJN ARBEIDERS BIJ DE RJV
 

Downloaden van het PDF-formaat Download het PDF-formaat

Het vakantiegeld van de arbeiders, leerling-arbeiders en niet-zelfstandige kunstenaars, die onderworpen zijn aan het wettelijk stelsel van de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wordt uitgekeerd door tussenkomst van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of van een bijzonder vakantiefonds.

1. AANSLUITING BIJ EEN VAKANTIEFONDS
De werkgever dient geen specifieke stappen te ondernemen om zich aan te sluiten bij een vakantiefonds. Van zodra de Rijksdienst voor sociale zekerheid aan de RJV de eerste aangifte van loon- en arbeidstijdgegevens van de bij hem tewerkgestelde arbeiders overmaakt, gebeurt de aansluiting bij het RJV-vakantiefonds of bij een bijzonder vakantiefonds automatisch op basis van de activiteit van de werkgever. Het beheer ervan gebeurt via een doorgedreven informaticatoepassing op basis van de activiteitscode van de werkgever, toegekend door de RSZ, of op basis van de bedrijfscode (NACE-code) vastgesteld op Europees vlak. De werknemer ontvangt dus daarna automatisch zijn vakantiegeld.

Verder in de tekst vindt u de “ Richtlijnen betreffende de aansluiting van de ondernemingen bij de vakantiefondsen ”. Hierin worden de beheersregels met betrekking tot de aansluiting bij een vakantiefonds bepaald. Deze regels worden, door de diensten van de RJV, steeds nageleefd om te bepalen bij welk vakantiefonds een werkgever dient aan te sluiten. In de praktijk is het mogelijk dat een werkgever, voor een gedeelte van zijn arbeiders aangesloten is bij een bepaald vakantiefonds en voor een ander gedeelte van zijn arbeiders bij een ander vakantiefonds. Deze artikelen moeten evenwel geïnterpreteerd worden op grond van de modernisering waarvan sprake in vorige alinea.

De werkgever is verplicht in het arbeidsreglement van zijn onderneming het vakantiefonds te vermelden waarbij hij aangesloten is.

2. ATTESTEN
In toepassing van artikel 21, §1, van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers moeten de volgende attesten ambtshalve door de werkgevers aan het vakantiefonds overgemaakt worden om de betaling te verzekeren van de dagen die gelijkgesteld worden met effectief gewerkte dagen:

Het betreft de attesten bij moederschapsrust, vaderschapsverlof, adoptieverlof, arbeidsongeval of een ander ongeval of bij ziekte niet erkend als beroepsziekte, in de veronderstelling dat de arbeider niet verzekerd is of indien de werkgever nagelaten heeft een dergelijke verzekering voor zijn arbeiders af te sluiten. Deze gevallen zijn zeer uitzonderlijk aangezien de arbeider meestal wel verzekerd is.

Indien de arbeider verzekerd is, dient de bevoegde sector (mutualiteit, verzekeraar of FBZ (Fonds voor de beroepsziekten) automatisch een dergelijke elektronisch attest via het netwerk van de Kruispuntbank van de Sociale zekerheid aan het vakantiefonds te verzenden.

De stukken tot staving worden ambtshalve ook door de werkgever aan het bevoegde vakantiefonds toegezonden wanneer het gaat om periodes van tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur, voorzien bij artikel 353bis /3 van de programmawet van 24 december 2002(crisismaatregel).

Bovendien zijn de werkgevers verplicht tot 31 december van het vierde jaar dat volgt op het jaar waarin de vakantie diende toegekend te worden, in de hierna volgende gevallen de bewijsstukken te bewaren en zo nodig aan het vakantiefonds over te maken: bij het vervullen van burgerplichten; de uitoefening van een openbaar mandaat; in geval van diverse opdrachten zoals bv. : syndicaal afgevaardigde of sociaal rechter, cursussen of studiedagen of lock-out. In de praktijk is het aantal attesten dat aan de werkgever gevraagd wordt heel miniem.

3. DATUM WAAROP DE VAKANTIE BEGINT
Deze begindatum van vakantie dient slechts vermeld te worden door de werkgevers aangesloten bij de RSZ die in de loop van het jaar werknemers hebben aangegeven waarvoor het vakantiegeld dient uitbetaald te worden door de RJV of een ander vakantiefonds.
Datum waarop uw werknemers hun vakantie nemen in het volgende jaar, of, indien verschillende periodes vastgelegd werden, de datum van de voornaamste vakantieperiode. Als de werknemers hun vakantie beurtelings nemen, de datum van de eerste vakantie. Hij moet alleen aangegeven worden in het vierde kwartaal van het jaar.
Deze datum is een gegeven voor de werkgever als geheel in het blok 'Werkgeversaangifte' en kan dus niet bij elke werknemer afzonderlijk vermeld worden.
Deze datum is enkel ter informatie gevraagd voor de vakantiekassen. Bepaalde vakantiekassen betalen immers hun vakantiegelden op een enkele, vaste datum terwijl andere vakantiekassen de vakantiegelden van de werknemers van een werkgever elk jaar in dezelfde periode betalen. De vakantiekassen kunnen evenwel rekening houden met de begindatum van de vakantie zoals de werkgever ze meedeelt op de aangifte van het vierde kwartaal indien ze de kalender van de betalingen dienen aan te passen (bijvoorbeeld om het evenwicht in deze kalender van betalingen te behouden naar aanleiding van de schrapping of creatie van werkgevers). Herinnering: de wetgeving bepaalt dat de vakantiekassen het vakantiegeld dienen te betalen tussen de eerste werkdag van mei en de laatste werkdag van juni - en meer in het bijzonder op het moment van de opname van de hoofdvakantie.

Belangrijke opmerking: deze vermelding, op de aangifte van het vierde kwartaal, van de datum waarop de vakantie begint, is niet voldoende om automatisch de betalingsdatum te wijzigen. De werkgevers die vaststellen dat de betalingsdatum die hun vakantiekas gebruikt niet of niet meer overeenkomt met de realiteit van hun bedrijf (bijvoorbeeld omdat het moment van het begin van de hoofdvakantie van de werknemers van het bedrijf gewijzigd is of omdat er een nieuwe beurtrol voor de opname van de vakantie van toepassing is) kunnen rechtstreeks met hun vakantiekas contact opnemen om deze betalingsdatum te laten wijzigen.
Ter informatie: de werkgevers en hun sociale secretariaten kunnen de uitbetalingsdata van het vakantiegeld van de verschillende vakantiekassen raadplegen op de portaalsite van de sociale zekerheid (via de toepassing Vakantiebestand) en dit elk jaar vanaf de maand april.

NOOT:
Inlichtingen :

Bijkomende inlichtingen omtrent de jaarlijkse vakantiereglementering toepasselijk op de arbeiders, de leerling-arbeiders en niet-zelfstandige kunstenaars, kunnen steeds, schriftelijk, telefonisch of via e-mail adres " onvarjv@onva-rjv.fgov.be " aangevraagd worden bij de Dienst Documentatie Jaarlijkse Vakantie van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie - Elyzeese Veldenstraat 12 te 1050 Brussel - tel. (02) 629 62 75.

Bedienden:
Gegevens omtrent de reglementering die toepasselijk is op deze categorie van werknemers, kunnen bekomen worden bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Algemene Directie sociale politiek, gevestigd : Administratief Centrum Kruidtuin, Finance Tower, Kruidtuinlaan 50, bus 100 - 1000 Brussel, telefoon nr. (02) 528 63 97(N) en (02) 528 68 52(F) of via de internetsite: www.socialsecurity.be.
Dit departement oefent een controlefunctie uit betreffende de reglementering inzake de jaarlijkse vakantiereglementering die toepasselijk is op deze categorie van werknemers.

Extra-légaal:
Inlichtingen omtrent extra-legale vakantiedagen en extra-legaal vakantiegeld, toegekend ingevolge een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité en verbindend verklaard door een koninklijk besluit, kunnen bekomen worden bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Algemene Directie van de collectieve arbeidsbetrekkingen, Ernest Blerotstraat 1 te 1070 Brussel, tel. (02) 233 41 11. De website van dit departement is www.werk.belgie.be.


RICHTLIJNEN BETREFFENDE DE AANSLUITING VAN DE ONDERNEMINGEN BIJ DE VAKANTIEFONDSEN

Artikel 1
De werkgever is bij het vakantiefonds aangesloten, waarvan de bevoegdheid aan de activiteit van zijn onderneming beantwoordt. Deze bevoegdheid valt over het algemeen samen met die van het paritair comité waaronder de onderneming ressorteert.

Artikel 2
De werkgever wiens onderneming verschillende activiteiten heeft, doch waarvan de hoofdactiviteit de doorslag geeft om ze onder één enkel paritair comité te doen ressorteren, is bij het vakantiefonds aangesloten waarvan de bevoegdheid aan die van het paritair comité beantwoordt.

Artikel 3
Heeft de onderneming verschillende activiteiten die onder diverse paritaire comités ressorteren, dan dient ze beschouwd te worden als een onderneming met onderscheiden juridische eenheden en voor iedere juridische eenheid afzonderlijk is de werkgever bij het vakantiefonds aangesloten waarvan de bevoegdheid beantwoordt aan die van het paritair comité waaronder iedere eenheid ressorteert.

Artikel 4
Vanaf 1 januari 2000 kan de verandering van vakantiefonds slechts gebeuren met ingang van het volgende kwartaal, onverminderd de wettelijke verplichtingen die hij moet nakomen.
Het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie beslecht de bijzondere gevallen.
In geval van betwisting over de bevoegdheid inzake aansluiting, en zolang er geen beslissing over bedoelde betwisting genomen is, blijft de onderneming aangesloten bij het vakantiefonds waarbij de aansluiting tot betwisting aanleiding gegeven heeft.

Artikel 5
In geval van betwisting over de aansluiting bij een vakantiefonds of over het ressorteren van een onderneming onder een paritair comité, maakt degene die betwist het geschil bij het of de paritaire comités aanhangig, dat of die de " Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen " afhangende van het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling raadpleegt of raadplegen, alvorens een advies uit te brengen.
De keuze van het vakantiefonds gebeurt automatisch, als er binnen het of de paritaire comités een akkoord over de bevoegdheden bestaat. Bij gebrek aan een akkoord binnen het paritair comité of tussen de paritaire comités wordt het geschil aan de bijzondere commissie van de Nationale Arbeidsraad voorgelegd.
De betwistingen worden voor advies aan het Beheerscomité van de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie voorgelegd, volgens de hierna bepaalde procedure, en dit onverminderd de bevoegdheid van de rechtbanken.


© RJV
Beding van afwijzing van aansprakelijkheid

Laatste wijziging 11.05.2007 .

Top